Meer dan de helft van de Nederlandse werknemers had het afgelopen jaar zoveel last van mentale klachten dat het werk erdoor leed. Dat blijkt uit de HSK Monitor Werk en Mentale Gezondheid 2026, een onderzoek onder ruim 1.700 werkenden en bijna 1.800 leidinggevenden. Het opvallende deel zit niet in dat cijfer zelf, maar in wat erna komt: 42 procent van de werknemers met klachten zegt er op het werk helemaal niets over.
Dat is geen kwestie van geheimzinnigheid. Het is een patroon dat je waarschijnlijk herkent: je merkt dat je slechter slaapt, sneller geïrriteerd raakt of moeite hebt om je te concentreren, maar je wacht af. Tot het vanzelf overgaat, tot je collega het toch merkt, of tot het te laat is om er nog rustig over te praten.
Meer dan de helft loopt op enig moment vast
Van de werknemers die klachten ervaren, zegt bijna 8 op de 10 dat het werk daar deels of volledig de oorzaak van is. Vrouwen melden dit iets vaker dan mannen. Het gaat dus niet om een klein groepje mensen dat toevallig gevoelig is voor stress, het gaat om een meerderheid die op enig moment in de knel komt door de combinatie van werkdruk, verwachtingen en te weinig herstel.
Volgens cijfers van het RIVM is het aandeel werknemers met burn-outklachten gestegen van 13,4 procent in 2015 naar ruim 20 procent nu, het hoogste percentage ooit gemeten. Vooral werkenden tussen de 25 en 34 jaar lopen risico. Wil je weten hoe je die eerste signalen bij jezelf herkent voordat het zover komt? Lees dan ook hoe je een burn-out herkent voordat het te laat is.
Waarom je toch je mond houdt
De reden dat mensen zwijgen is bijna nooit onverschilligheid. Werknemers geven aan dat ze het gevoel hebben dat er geen ruimte is om het gesprek te voeren, en dat ze er niet op vertrouwen dat er daadwerkelijk iets met hun signaal wordt gedaan. Vrouwen noemen twee keer zo vaak als mannen dat ze bang zijn voor gevolgen voor hun beoordeling of carrière als ze open kaart spelen.
Dat wantrouwen komt niet uit de lucht vallen. Als je eerder hebt gezien dat een collega die aangaf overbelast te zijn extra taken kreeg in plaats van minder, leer je vanzelf om je mond te houden. Het probleem is dat die strategie op korte termijn veilig voelt, maar op langere termijn juist zorgt dat klachten zich opstapelen tot het punt waarop je ze niet meer kunt negeren.
De kloof tussen wat jij voelt en wat je leidinggevende ziet
Hier wordt het interessant. Slechts een kwart van de werknemers vindt dat hun leidinggevende mentale overbelasting in een vroeg stadium herkent. Van de leidinggevenden zelf denkt echter 59 procent dat ze signalen wel degelijk op tijd oppikken. Die twee cijfers passen niet bij elkaar, en dat verschil is precies waar het misgaat.
Leidinggevenden zien vaak wel dat er iets speelt, vermoeidheid, kortere lontjes, minder initiatief, maar vertalen dat niet altijd naar een gesprek. Werknemers wachten op dat gesprek en trekken zelf pas aan de bel als het werk zichtbaar lijdt of als ze zich ziekmelden. Zo blijft iedereen wachten op de ander, terwijl de klachten intussen groter worden. Merk je dat de sfeer op je afdeling ook meespeelt in hoe zwaar je je werk ervaart? Dan is een positievere sfeer op de werkvloer een van de weinige dingen die het verzuim aantoonbaar naar beneden brengt.
Wat wachten je uiteindelijk kost
Uitstel is niet gratis. Een burn-out kost gemiddeld 45.000 euro aan verzuim en herstel, en op macroniveau schat men de kosten van mentaal verzuim voor de Nederlandse economie op 3 tot 4 procent van het bruto nationaal product. Voor jou persoonlijk gaat het niet om die macrocijfers, maar om de weken of maanden herstel die je had kunnen voorkomen door drie maanden eerder een gesprek aan te gaan.
Het Trimbos-instituut waarschuwt dat achteruitgang vooral zichtbaar is bij jongvolwassenen en vrouwen, en dringt aan op vroege signalering in plaats van pas ingrijpen als iemand al is uitgevallen. Vroeg ingrijpen betekent in de praktijk vaak iets kleins: een half uur eerder naar huis, een taak overdragen, of gewoon hardop zeggen dat het even niet lekker loopt. Heb je op dit moment vooral last van een dip in je stemming zonder dat het al zo ver is gekomen? Kijk dan naar deze tips om sneller weer beter in je vel te zitten voordat het verder oploopt.
Wat je morgen anders doet
Je hoeft niet te wachten tot je leidinggevende het initiatief neemt, want de cijfers laten zien dat die stap er vaak simpelweg niet komt. Noem het concreet: niet "ik ben een beetje moe", maar "ik merk dat ik de afgelopen drie weken slechter slaap door de deadline op project X, en ik denk dat ik hulp nodig heb om dit vol te houden". Concrete taal wordt serieuzer genomen dan een vage klacht, en het maakt het voor je leidinggevende makkelijker om ook concreet te reageren.
Zet ook een kort, herhaalbaar moment in je week waarop je jezelf checkt: slaap ik nog normaal, heb ik nog zin in dingen buiten werk, kan ik me nog concentreren zonder me op te jagen. Zodra twee van die drie een tijdje niet kloppen, is dat je signaal om het gesprek aan te gaan, niet pas als je er ziek van wordt. De cijfers zijn duidelijk: wachten tot het vanzelf overgaat, is voor de meeste mensen geen strategie die werkt.