Medisch & Zorg

Waarom je medicijn steeds vaker niet leverbaar is

· 4 min leestijd

Je staat bij de apotheek en je krijgt te horen dat je vaste medicijn deze week niet leverbaar is. Geen incident, geen uitzondering, maar iets wat in Nederland steeds vaker gebeurt. In 2025 kregen ruim 3,5 miljoen Nederlanders te maken met een tekort aan een geneesmiddel, van de bijna 12 miljoen mensen die medicijnen gebruiken. Meer dan 2 miljoen van hen hadden er daadwerkelijk gezondheidsklachten door, bijvoorbeeld omdat het vervangende middel minder goed werkte of de behandeling onderbroken werd.

Het gekke is dat het aantal officieel geregistreerde tekorten juist daalde, van 1.593 in 2024 naar 1.134 in 2025. Toch voelen patiënten het effect nog altijd fors. Hoe zit dat, en wat kun je zelf doen als jouw medicijn opeens niet op voorraad is?

Wanneer is iets officieel een tekort

Farmanco, het meldpunt van apothekersorganisatie KNMP, registreert een geneesmiddel pas als landelijk tekort wanneer het niet leverbaar is en dat naar verwachting langer dan veertien dagen duurt. Kortere leveringsproblemen, waar apothekers vaak wel iets op vinden, tellen dus niet mee in de officiële cijfers. Dat verklaart deels waarom het aantal geregistreerde tekorten daalt terwijl de klachten van patiënten toenemen: veel hinder speelt zich af in die eerste twee weken, voordat een tekort officieel wordt.

Je kunt zelf opzoeken of jouw medicijn een landelijk tekort heeft via de website van Farmanco. Daar staat ook meteen welk alternatief apothekers op dit moment adviseren.

Waarom Nederland relatief vaak tekorten heeft

Een groot deel van de verklaring ligt bij het Nederlandse zorgstelsel zelf. Zorgverzekeraars werken met een laagsteprijsbeleid: voor elke werkzame stof wijzen ze doorgaans één of twee goedkoopste fabrikanten aan die vergoed worden. Voor fabrikanten is Nederland daardoor een markt met lage marges. Wie moet kiezen waar een beperkte productie naartoe gaat, kiest eerder voor een land waar een hogere prijs betaald wordt. Nederland eindigt dan achteraan in de rij.

Dat mechanisme raakt vooral oudere, generieke medicijnen: goedkope tabletten die al jaren op de markt zijn en waar nog maar een handvol fabrikanten wereldwijd voor overblijft. Valt zo'n fabriek even stil door een technisch probleem of een grondstoftekort, dan voelt heel Europa dat, maar Nederland als eerste.

In de praktijk zie je dit terug bij hele gewone medicatie: bepaalde bloeddrukverlagers, antibiotica zoals amoxicilline in bepaalde doseringen, ADHD-medicatie en sommige antidepressiva stonden de afgelopen jaren regelmatig op de tekortenlijst. Dat zijn geen exotische middelen, maar medicijnen die dagelijks door honderdduizenden mensen gebruikt worden. Juist daardoor merk je een tekort snel: de apotheek heeft geen ruimte om alsnog een potje ergens vandaan te toveren, en het alternatief moet vaak van een andere fabrikant of in een andere dosering komen.

Apothekersorganisaties LEF en VJA voerden afgelopen zomer de campagne "Boete op genezen" om aandacht te vragen voor wat dit voor patiënten betekent. Hun punt: als jij noodgedwongen overstapt op een duurder alternatief omdat jouw vaste medicijn niet leverbaar is, kan die bijbetaling uiteindelijk bij jou terechtkomen. Volgens de Consumentenbond doen zorgverzekeraars en overheid nog altijd te weinig om dat structureel op te lossen.

Wat je zelf kunt doen bij een tekort

Een paar dingen die verschil maken als je apotheek zegt dat jouw medicijn niet leverbaar is:

  • Vraag altijd naar het geadviseerde alternatief in plaats van zelf te stoppen met je medicatie. Bij bloeddruk- of hartmedicatie kan een onderbreking risicovol zijn.
  • Check Farmanco zelf als je twijfelt of het om een tijdelijk of langdurig probleem gaat, dat scheelt je een telefoontje.
  • Neem bij chronische medicatie op tijd contact op voor een nieuw recept, niet pas op de dag dat je pillen op zijn. Apothekers hebben dan meer ruimte om te schuiven.
  • Bewaar geen voorraad die je niet nodig hebt. Hamsteren voelt logisch, maar versterkt juist het tekort voor andere patiënten.

Loop je tegen een tekort aan bij een medicijn waarvoor geen goed alternatief bestaat, meld dat dan bij je apotheek. Zij geven dat weer door aan Farmanco, en hoe meer meldingen er binnenkomen, hoe eerder een middel op de landelijke lijst belandt en fabrikanten en toezichthouders in beweging komen.

Waarom dit niet snel voorbij is

Het KNMP wijst er zelf op dat het probleem structureel is, niet incidenteel. Zolang productie geconcentreerd blijft bij een klein aantal fabrikanten buiten Europa en het inkoopbeleid van verzekeraars niet verandert, blijft Nederland kwetsbaar voor verstoringen. Er lopen wel initiatieven om medicijnproductie dichter bij huis te halen, maar dat soort verschuivingen kost jaren, geen maanden.

Voor jou als patiënt betekent dat vooral: reken erop dat het af en toe misgaat, en weet welke stappen je kunt zetten als het jouw medicijn treft. Dat is minder een garantie tegen tekorten dan een manier om er niet volledig door verrast te worden. Wie zich al eerder verdiepte in hoe geneesmiddelen eigenlijk gemaakt worden, snapt ook beter waarom een klein productieprobleem zo'n grote impact kan hebben. En als je toch al vaker tegen wachttijden in de zorg aanloopt, is ons artikel over de zelftriage-app bij de huisarts misschien ook interessant. Let ook op wat je zelf aan huis haalt als alternatief: niet elk voedingssupplement dat als vervanger wordt aangeprezen is veilig, zoals blijkt uit onze uitleg over de NVWA-blocklist.

T
Geschreven door Twan Hermans Fitness & health redacteur

Twan is sportfysiotherapeut met een eigen praktijk in Breda en een ongezonde hoeveelheid loopschoenen. Hij behandelt zowel professionele atleten als mensen die voor het eerst een sportschool betreden, en schrijft voor allebei. Zijn artikelen over training en blessurepreventie zijn gebaseerd op wetenschap en jarenlange klinische ervaring, niet op wat hij op Instagram ziet. Hij vindt dat de fitnessindustrie te veel belooft en te weinig uitlegt, en probeert dat in elk artikel te corrigeren. Zijn eigen training is verrassend saai, en daar is hij trots op.